Historische achtergrond

Waar moet een historisch overzicht over de betrekkingen tussen Vlaanderen en Duitsland eigenlijk beginnen? Moet het in de vierde eeuw beginnen, bij de grote volksverhuizing waarbij verschillende Germaanse stammen het noordelijke deel van Gallië veroverden, dat tot op dat moment bezet werd door de Romeinen? Of vangt het overzicht beter aan bij de legendarische Karel de Grote, die over een rijk regeerde dat zich uitstrekte van Aken over Frankrijk en het westelijke deel van Duitsland tot de Lage Landen? Of nog later? In de daarop volgende eeuwen, toen het vroegere Graafschap Vlaanderen (de huidige provincies Oost- en West-Vlaanderen) tot het Franse koninkrijk behoorde, terwijl de gebieden ten Oosten van de Schelde (vandaag Vlaams-Brabant, Antwerpen en Limburg) eerder nauwe betrekkingen hadden met het Duitse rijk?

Kooplieden uit de Middeleeuwen

Hebben de lotgevallen van mensen voorrang of zijn economische betrekkingen belangrijker in deze context?
Wist u dat in de twaalfde eeuw grote groepen Vlamingen (niet enkel uit het Graafschap Vlaanderen) zich ten Oosten van de Elbe vestigden om daar het land te bewerken en nieuwe nederzettingen te bouwen? Dit fascinerende, collectieve avontuur was niet enkel bepalend voor de naam van de streek ´Fläming´, maar heeft ook zijn sporen nagelaten in de architectuur, kleding en de taal. In Vlaanderen is dit verhaal nog altijd te horen in het lied “Naar Oostland willen wij rijden” .

Erg bekend zijn de intensieve handelsbetrekkingen tussen de Vlaamse en Duitse steden. Vlaanderen was immers reeds in de Middeleeuwen een belangrijk export-en doorvoerland. De alom bekende Hanze domineerde de handel met het Noorden, maar ook met steden in het Zuiden en het Oosten van Duitsland waren er sterke handelsbetrekkingen.
Makelaars en diamantenhandelaars uit Vlaanderen stonden mee aan de wieg van wat zich later tot financieel centrum van Europa zou ontwikkelen: Frankfurt am Main.

Kunstenaars en artiesten van begin af aan

De steden Mainz (Johannes Gutenberg) en Aalst (Dirk Martens) ijverden om de eer, de bakermat van de boekdrukkunst te zijn; de Vlaming Mercator woonde in Duisburg; Dürer kwam op bezoek in Antwerpen; de grote Vlaamse schilder Peter Paul Rubens werd in de Duitse stad Siegen geboren en zijn schilderijen werden door veel Duitse hoven gekocht (Düsseldorf); veel Vlaamse schilders weken omwille van religieuze redenen uit naar Frankenthal; de Duitse componist Ludwig van Beethoven kwam uit Mechelen; Vlaams dichter Paul Van Ostaijen trok voor een korte tijd naar Berlijn en architect Henry Van de Velde werd eerst in Duitsland beroemd alvorens hij in zijn eigen land erkenning kreeg.

De vrijheden van de steden

Net zoals in de Duitse gebieden waren en zijn de stedelijke grondrechten in Vlaanderen nog altijd heilig. Misschien is de Slag bij Woeringen (bij Keulen) daar een goed voorbeeld van: Keulen kon zich tegenover de prins-bisschop standhouden, net zoals de Vlaamse steden Brussel en Leuven konden standhouden tegenover de Hertog. Later kregen de Duitse steden hun rechten(meestal Magdeburgse rechten) en de Vlaamse steden ontvingen na “de Blijde Intrede” hun privileges bij de desbetreffende heersers.

Aristocratie vanuit Frankrijk

Frans en de “bon ton” waren zowel aan de Duitse hoven als aan de hoven in de Zuidelijke Nederlanden de officiële talen. Ook aan de Pruisische hoven werd in de taal van Voltaire “conversirt” und “divertirt”. In de Zuidelijke Nederlanden had dit tot gevolg dat de in 1830 opgerichte staat België praktisch helemaal eentalig werd en de nederlandssprekende Vlamingen zich hiernaar moesten schikken.

WO I en WO II

Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog werd het neutrale België al snel door het Duitse leger verslagen. België werd een bezet land. Enkel achter de Ijzer, in de Westhoek, bleven enkele Belgische troepeneenheden achter onder het bevel van Koning Albert I. Vier jaar lang zou dit deel van West-Vlaanderen het toneel vormen van een immobiele frontenoorlog die uiteindelijk met een wapenstilstand op 11 november 1918 ten einde kwam in het voordeel van de geallieerden.

De Duitse bezetting had een grote invloed op de politieke ontwikkeling van de Vlaamse Beweging. Via de zogenaamde ´Flamenpolitik´ trachtte de Duitse bezetter de sympathie en actieve medewerking van de Vlamingen voor zich te winnen. Een deel van de Vlaamse Beweging- later activisten genoemd- ging in op de avances van de bezetter en collaboreerde met de Duitsers in de hoop hun lang nagestreefde eisen ingewilligd te zien. Hierdoor werd de Vlaamse Beweging grotendeels gediskrediteerd.

Toen in mei 1940 Duitsland België opnieuw bezette, ging een deel van de Vlaamse Beweging, net als heel wat Rexisten, over tot collaboratie met de bezetter. Heel wat jonge Vlamingen trokken bovendien naar het Oostfront om voor Duitsland te strijden tegen het Bolsjewisme. Ook de Kerk speelde daarbij een rol.

Vriendschappelijke burenrelaties in Europa

Na de Tweede Wereldoorlog werden de banden met Duitsland steeds nauwer aangehaald.

België was vanaf de jaren ´50 samen met de Duitse Bondsrepubliek één van de zes stichtende leden van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) en later de Europese Economische Gemeenschap (EEG), de voorlopers van de Europese Unie (EU). Binnen de eengemaakte Europese markt werden ook de economische betrekkingen tussen beide landen steeds sterker. Des te meer tussen Vlaanderen en Duitsland, aangezien Vlaanderen vanaf de jaren ´60 een sterke economische groei kende, onder meer door de uitbouw van de haven van Antwerpen, waar ook heel wat Duitse petrochemische bedrijven actief werden. Zowel in de industrie als in de dienstensector zijn er talrijke Duitse ondernemingen die in Vlaanderen een prominente rol spelen. Vandaag is Duitsland dan ook de belangrijkste afnemer van Vlaamse exportproducten.

Intussen staat ook Vlaamse cultuur in Duitsland prominent op de agenda. Veel kunstenaars vonden de weg naar de Duitse planken en podia. Vlamingen gaan nog altijd graag op een vakantie naar het Duitsland. Duitse toeristen vertoeven graag aan de Vlaamse kust en Vlaamse kunststeden.

De federale ontplooiing van de Belgische staat, die Vlaanderen verregaande bevoegdheden heeft toegekend, gaf een bijkomend elan aan de Duits-Vlaamse betrekkingen. Ook op politiek vlak wordt met Bund en Länder een constructieve dialoog gevoerd.