Wetenschappelijke en culturele betrekkingen

Onderwijs

Sinds juli 1995 treffen ministers elkaar regelmatig in Nederland, Vlaanderen en in de Duitse deelstaten Bremen, Nedersaksen en Noordrijn-Westfalen met betrekking tot het onderwijs-en universitair systeem. Daaruit zijn verscheidene initiatieven ter bevordering van grensoverschrijdende samenwerking tussen hogescholen en universiteiten uit de 5 partnerregio´s voortgekomen.

Gezien de samenwerking niet enkel de pedagogische vakkennis van de deelnemende instituten verhoogt, maar hen ook een verdere ondersteuning voor de uitbouw van een internationale onderwijspolitiek biedt, was het van belang voor de samenwerking om goed ontwikkelde initiatieven uit te bouwen. Daarbij hoort een intensivering van de regionale netwerkvorming, net als de gemeenschappelijke ontwikkeling van leerplannen en opleidingsmodellen, gemeenschappelijke pedagogische projecten en onderzoeksactiviteiten, de uitwisseling van studenten en de mobiliteit van onderwijzend- en administratief personeel.

Enkele netwerken tussen universiteiten en hogescholen:

Het netwerk van Euregionale universiteiten

Tot dit netwerk behoren de universiteit van Dortmund, de Katholieke Universiteit Leuven (als enige Vlaamse universiteit), de Westfaalse Wilhelmsuniversiteit Münster, de Katholieke Universiteit Nijmegen, de universiteit Osnabrück en de universiteit Twente. Daarvoor hebben op 15 mei 1998 de rectoren de zogenaamde “Charta van het netwerk van Euroregionale universiteiten” ondertekend. Het rechtstreekse doel van het netwerk is internationale samenwerkingsprogramma´s op te bouwen en te ontwikkelen, die zich toespitsen op het volgende: gemeenschappelijke leerplanontwikkeling, onderzoeksprojecten en initiatieven voor regionale ontwikkeling, de ontwikkeling van een forum dat partnerschappen, respectievelijk sponsorovereenkomsten met (trans)nationale regeringen, particulieren en de industrie tot stand kan doen komen.

ALMA-samenwerkingsprogramma tussen meerdere universiteiten

De rectoren van de universiteiten en hogescholen van Aken, Luik en Maastricht hebben in 1991 een samenwerkingsprogramma ondertekend. Het universitair centrum Limburg is er enkele jaren later bijgekomen, en onlangs heeft het universitair centrum van Limburg met Maastricht een “transnationale” universiteit opgericht. Op 19 oktober 2001 hebben de rectoren van de Alma-universiteiten opnieuw een verdrag gesloten. Met deze ondertekening vierden ze enerzijds de tiende verjaardag van het pedagogisch netwerk, en hebben ze zichzelf op die manier tot een verdere samenwerking verplicht.

Hora est-samenwerking tussen hogescholen

Hora est staat voor een consortium tussen 12 hogescholen in de Euregio Maas-Rijn, dat uniek is wegens zijn unieke positie in Europa, die vijf verschillende regio´s in drie verschillende landen omvat: de regio Aken, de Nederlandse provincie Limburg, de Duitstalige gemeenschap van België en de Belgische provincies Luik en Limburg. Het doel van deze samenwerking is programma´s voor een praktische samenwerking te ontwikkelen, die voor de deelnemende partners een meerwaarde kunnen betekenen. De huidige doelen zijn: overdracht van vakkennis en grensoverschrijdende jobaanbiedingen, het creëren van synergie, de onderlinge terbeschikkingstelling van infrastructuur zoals bijvoorbeeld: laboratoria, vertaalcentra enz. en multilaterale projecten oprichten ter onderlinge erkenning van diploma´s. De Vlaamse provinciale hogeschool Limburg en de katholieke hogeschool Limburg maken deel uit van dit programma.

De Nederlandse taal en literatuur

Duitsland is een erg belangrijk land voor de Nederlandse taal en literatuur.

De Nederlandse Taalunie is verantwoordelijk voor de coördinatie van logistieke en financiële ondersteuning en de officiële opvolging van de faculteiten van Nederlandse taalkunde en literatuur. In Duitsland wordt aan ongeveer 30 hogescholen en universiteiten Nederlands onderricht. De twee grootste centra voor de Nederlandse taal en literatuur bevinden zich aan de Westfaalse Wilhelmsuniversiteit in Münster en aan de universiteit in Keulen. Enkele van de assistenten en professoren zijn trouwens Vlamingen.

Münster is het belangrijkste centrum waar zich in het historische Kramerhuis “das Haus der Niederlände” bevindt. In het Kramerhuis bevonden zich overigens de onderhandelaars van de Verenigde Provincies voor het afsluiten van de Westfaalse Vrede in 1648. De renovatie van het gebouw werd mee gefinancierd door het Vlaamse ministerie van Buitenlandse Zaken.

In het huis worden verscheidene culturele activiteiten georganiseerd, waar ook Vlaanderen aan meewerkt. Het “Haus der Niederlände” is overigens de hoofdzetel van de vakgroep Nederlands, de Duitstalige vereniging van leraars, leerkrachten en docenten Nederlands in het ASO-onderwijs, volkshogescholen, hogescholen voor het hoger beroepsonderwijs en universiteiten in Duitsland.

Wetenschap en technologie

De Vlaamse universiteiten, onderzoekscentra en ondernemingen (vaak spin-offs op gebied van IT en biotechnologie) worden door de Vlaamse Regering met meer dan 1 miljard euro ondersteund. Hun opdracht bestaat uit het opstarten van samenwerkingsinitiatieven met buitenlandse partners.

Tijdens deze internationale samenwerking zijn de opeenvolgende economische omkaderingsprogramma´s van groot belang.
Van 1994 tot 1998 bijvoorbeeld heeft Vlaanderen aan 2000 Europese projecten deelgenomen. Een belangrijk voorbeeld is IMEC, dat 22 internationale programma´s en 350 buitenlandse wetenschappers omvat.

Over het algemeen kan men zeggen dat eigenlijk alle Vlaamse universitaire faculteiten en de grote onderzoeksinstituten met Duitse partners samenwerken, dit in het kader van uitgebreide netwerken en het doctoraatsonderzoek van enkele onderzoekers.

In de industriële sector zijn er meerdere voorbeelden van gemeenschappelijke Vlaams-Duitse onderzoeksinitiatieven.

Meer informatie: Instituut voor aanmoediging van innovatie door wetenschap en technologie – http://www.iwt.be

Cultuur en culturele aangelegenheden

Er zijn altijd al rijke en veelomvattende culturele betrekkingen tussen Vlaanderen en Duitsland geweest. Sinds Vlaanderen ook de mogelijkheid bezit om een zelfstandige cultuurpolitiek in het buitenland te voeren, is de structurele samenwerking alsmaar intensiever geworden.

In Duitsland valt cultuur ook onder de bevoegdheden van de deelstaten, maar nog belangrijker is dat het cultuurbudget van de Duitse steden en gemeenten veel groter is dan dat van Vlaanderen. Dat hangt niet alleen samen met bestuurs- en belastingsafspraken, maar is deels historisch bepaald. Honderden jaren lang was Duitsland immers opgedeeld in talrijke kleine vorstendommen, waar elke prins of hertog zijn eigen koninklijk theater of museum wilde hebben. Bovendien kende Duitsland een rijk cultureel erfgoed, en door het “Wirtschaftswunder” kon dat gefinancierd worden. Toch heeft de toenemende neiging tot sparen van de overheid de cultuur niet onberoerd gelaten.

Theatergroepen, muziekensembles en solisten, moderne choreografen en dichters, organisatoren van tentoonstellingen: de vele talenten die Vlaanderen kent op internationaal vlak zijn ook in Duitsland bekend. Jaarlijks zijn ze dan op bij duizenden evenementen te gast.

Een opzienbarend initiatief van de laatste jaren was het dubbelfestival Vlaanderen-Noordrijn-Westfalen, waarbij Vlaanderen in 2001 in talrijke Noordrijn-Westfaalse steden te gast was. In 2002 kwam Noordrijn-Westfalen naar Vlaanderen om hier te tonen wat de deelstaat te bieden heeft. In plaats van de traditionele festivalformule te gebruiken, waarbij grote producties en namen in een korte tijdspanne getoond worden, heeft dit dubbelfestival gekozen voor kleinere initiatieven die elkaar opvolgen en overigens sterk aansloten bij de sociale werkelijkheid van de stad en de jongerenwereld.

Enkele bekende Vlamingen hebben in Duitsland naam gemaakt, en dan vooral op vlak van cultuur (uiteraard ook op andere vlakken zoals bijvoorbeeld onderzoek en sport). Daarbij hoort onder andere Gerard Mortier, die van de Noordrijn-Westfaalse regering de opdracht kreeg om het oude kool-en staalgebied in het Ruhrgebied met de Ruhr-Triennale een nieuw imago aan te meten. In 2010 nam Frie Leysen de fakkel van hem over die in 2012 het Festival Foreign Affairs in Berlijn oprichtte.

Ook Jan Hoet, die onvermoeibaar voortwerkte in Herford, waar onder zijn leiding een compleet nieuw en veelbelovend museum van moderne kunst gebouwd werd. En er is ook Chris Dercon, die eerst in New York en Rotterdam werkzaam was, en dan in het Haus der Kunst te München actief was. Bovendien leven enkele Vlaamse kunstenaars op verschillende plaatsen in Duitsland, ofwel met een beurs ofwel hebben ze zich er gevestigd.

Zoals reeds aangehaald zijn er ook op andere terreinen Vlamingen actief in Duitsland, bijvoorbeeld op gemeentelijk niveau, of in de administratie van de deelstaten, in het onderwijs en bij onderzoeken, de industrie-en de medische sector.